De scholingsplicht en het studiekostenbeding; wijzigingen per 1 augustus 2022
04 april 2022

Wanneer een werkgever een werknemer een opleiding laat volgen wordt nu regelmatig ook een studie(kosten)beding overeengekomen. Daarin is dan een terugbetalingsverplichting opgenomen, voor het geval de opleiding tijdens de looptijd of de arbeidsovereenkomst binnen een bepaalde periode komt te eindigen.

In 2019 is een Europese Richtlijn betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie aangenomen. Op grond van de richtlijn krijgen werknemers een aantal nieuwe minimumrechten, ook ten aanzien van de scholing en studiekosten. Als gevolg hiervan zal met ingang van 1 augustus 2022 in Nederland het een en ander wijzigen ten aanzien van de door de werkgever aangeboden opleidingen.  

Wat betekent dit voor de bestaande en toekomstige afspraken tussen werkgevers en werknemers?

Studiekostenbeding
Met ingang van 1 augustus 2022 wordt artikel 7:611a BW gewijzigd en moet bepaalde scholing kosteloos worden aangeboden. Een studiekostenbeding zal voor bepaalde opleidingen niet langer toegestaan zijn. Dat is het geval als:

  1. het een scholing betreft voor een functie waarvoor de werknemer is aangenomen, of de scholing verplicht is op grond van de wet of cao.

Valt de scholing onder deze gevallen dan moet:

  1. de scholing kosteloos zijn;
  2. de studietijd als arbeidstijd worden aangemerkt; én
  3. de scholing zoveel mogelijk in de reguliere werktijd plaatsvinden.

Deze nieuwe wetgeving heeft directe werking. Dit betekent dat een (bestaand) studiekostenbeding nietig kan zijn.

Scholing betreffende de functie waarvoor de werknemer is aangenomen
In principe gaat het slechts om verplichte scholing om het werk uit te voeren waarvoor de werknemer is aangenomen. Dit wil zeggen: de eigen functie bij de eigen werkgever bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst. Voor de hand ligt dat dit ook ziet op de werkzaamheden die de werknemer gedurende het dienstverband en met toepassing van een te verwachten loopbaanverloop zal gaan verrichten.

De verplichte scholing kan ook uit de wet of cao volgen. Bij een wettelijk verplichte opleiding kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een opleiding op basis van de Arbeidsomstandighedenwet.  In ieder geval moet het gaan om opleidingen op gebied van veiligheid en arbeidsvoorwaarden, Overigens valt de scholing om een beroepskwalificatie te behouden, hier weer niet onder.

Welke kosten?
Het gaat om alle kosten zoals reiskosten, boeken en ander studiemateriaal, examengelden.

Studietijd = werktijd
De studietijd wordt gezien als werktijd. Dit geldt voor de cursusdag en de tijd die gemoeid is met zelfstudie. Deze regel betekent dat studietijd in beginsel te ‘verlonen’ arbeidstijd is.

Studie tijdens werktijd
Als het mogelijk is, moet de scholing onder werktijd worden aangeboden. De werknemer moet in de gelegenheid worden gesteld de opleiding tijdens de gebruikelijke werktijden te volgen. De werkgever is gehouden de noodzakelijke maatregelen van organisatorische aard te treffen, zodat de werknemer zijn studieactiviteiten daadwerkelijk tijdens werktijd kan verrichten.

Tot slot
De nieuwe wetgeving zal ten aanzien van de door de werkgever aangeboden opleidingen, een behoorlijke invloed hebben op de afspraken tussen de werkgever en werknemer; een opleidingsbeding met terugbetalingsplicht zal niet langer de norm zijn.

Ik kan me voorstellen dat u over het voorgaande nog vragen heeft, met name hoe ermee om te gaan in de praktijk. Bel ons dan gerust; we vertellen u er graag meer over.

 

Sander Oudenhoven
Advocaat

Terug naar overzicht
© 2022 - Voor de Zaak
Created by